Na week 1

Je eerste week zit erop

Acht letters, vijf lessen, en waarschijnlijk het gevoel dat het nog nergens op lijkt. Hieronder waarom dat klopt, en wat je deze week moet vastzetten.

Je hebt vijf lessen gedaan en je kent acht toetsen: A S D F onder je linkerhand en J K L ; onder je rechter. Dat klinkt als weinig. Het is het niet. Dit is de rij waar alles op terugvalt, en hoe steviger die zit, hoe makkelijker de elf weken hierna gaan.

Waarom het nog niet vanzelf gaat

Als je nu nog moet nadenken over waar de K zit, is er niets mis. Blind typen is geen kennis maar een motorische vaardigheid, net als veters strikken of fietsen. Je weet allang waar de letters staan — je vingers weten het nog niet. Dat verschil overbrug je niet met beter je best doen, maar met herhaling verspreid over dagen.

Daarom is een kwartier per dag effectiever dan twee uur op zaterdag. Tussen twee oefensessies in gebeurt het werk waar je niets van merkt: je hersenen leggen de beweging vast terwijl je iets heel anders doet. Vijf keer een kwartier levert aantoonbaar meer op dan één keer vijf kwartier, en het is bovendien een stuk minder vervelend.

Merk je dat sommige letters veel langer blijven haken dan andere? Ook dat hoort erbij. De F en de J liggen onder je sterkste vingers en zitten meestal binnen een paar dagen. De A en de puntkomma liggen onder je pinken, en pinken zijn traag, zwak en slecht in het apart bewegen van hun buurvinger. Dat trekt vanzelf bij, maar niet deze week.

Een les overdoen is geen mislukking

Haal je het doel niet, dan gaat de les opnieuw. Dat is geen straf en geen signaal dat je het niet kunt — het is de methode. Bijna iedereen blijft ergens een paar dagen op dezelfde les hangen, en precies op dat punt zet het spiergeheugen zich vast.

Je mag ook terug naar een eerdere les, zo vaak je wilt. Voelt week 1 dag 3 nog wankel terwijl je al bij dag 5 bent? Doe dag 3 nog een keer. Teruggaan kost je niets en je voortgang blijft gewoon staan. Het enige wat je echt kunt verpesten, is doorgaan met een basis die nog niet zit.

En let op het juiste cijfer. Het doel van deze weken is nauwkeurigheid, niet snelheid. Fouten die je nu goedkeurt, sleep je twaalf weken mee en moet je later alsnog afleren. Snelheid komt later vanzelf; die hoef je nergens te forceren.

Hoe je zit, bepaalt hoe ver je komt

Dit is het saaiste onderdeel van typen leren en tegelijk het onderdeel waar je over een jaar het meest aan hebt. Een verkeerde houding sleep je namelijk mee in alles wat je daarna typt.

  • Voeten plat op de grond, en je rug tegen de leuning. Zit je met opgetrokken benen of onderuitgezakt, dan kantelen je polsen mee en ga je met de verkeerde vingers reiken.
  • Onderarmen ongeveer horizontaal. Je ellebogen in een hoek van zo'n negentig graden, schouders laag en ontspannen. Trek je je schouders op, dan merk je dat na tien minuten in je nek.
  • Polsen zweven, niet steunen. Laat je polsen op de rand van het bureau of de laptop rusten, dan draai je je handen naar buiten en komen je pinken niet meer fatsoenlijk bij hun toetsen. Je handen horen boven het toetsenbord te hangen, met de beweging vanuit je vingers.
  • Scherm op ooghoogte, ongeveer een armlengte weg. Werk je op een laptop, dan kan dat eigenlijk niet goed: óf je scherm staat te laag, óf je toetsenbord te hoog. Een paar boeken onder de laptop en een los toetsenbord lossen dat voor een paar tientjes op.
  • Zoek de ribbeltjes op de F en de J. Dat zijn de ankers waarmee je je handen terugvindt zonder te kijken. Leg je vingers na elke aanslag weer op de basisrij terug — ook dat is een gewoonte die je nu moet inslijpen, niet later.

Lukt het niet om niet te kijken? Leg een theedoek over je handen. Dat voelt de eerste dag onmogelijk en na een paar dagen niet meer. Het is veel effectiever dan jezelf tien keer per les corrigeren.

Wat er in week 2 gebeurt

Je krijgt er twee letters bij: de O en de T. De basisrij blijft je uitgangspunt, maar je vingers gaan voor het eerst omhoog en weer terug. Dat voelt onhandig, een dag of twee lang. Daarna niet meer.

Volgende tussenstop: na week 4.