Na week 4

Vanaf nu wordt het leuker

Het saaiste stuk zit achter je. Vanaf deze week typ je woorden en zinnen in plaats van reeksen — en dat verandert meer dan je denkt.

Twintig lessen gedaan, een derde van de cursus. En belangrijker: vanaf nu verandert het karakter van het oefenen. Met de letters die je deze week erbij krijgt — I, R en N — kun je voor het eerst echte Nederlandse woorden typen in plaats van reeksen.

Waarom het nu leuker wordt

De eerste weken waren het saaist. Dat is geen ontwerpfout maar onvermijdelijk: met acht letters valt er weinig zinnigs te typen, dus moest je het doen met fff jjj fjf. Wie daar doorheen is, heeft het vervelendste stuk gehad.

Vanaf hier groeit de woordenschat van de cursus snel, en dat merk je direct. Een woord typen voelt anders dan een reeks: je vingers gaan hele groepjes letters als één beweging doen in plaats van losse aanslagen. Dat is precies wat er moet gebeuren, en het is het punt waarop de snelheid uit zichzelf begint te lopen.

Vanaf week 4 typ je ook korte zinnen, met spaties en hoofdlettergevoel. Daarmee oefen je iets wat losse woorden niet trainen: het ritme van doortypen zonder te stoppen.

Teruggaan mag nog steeds

Dit blijft waar, en het wordt nu belangrijker dan in week 1. Voelt een letter uit week 2 of 3 nog onzeker — veel mensen hebben dat met de G en de H, die je met je wijsvinger naar binnen moet halen — doe die les dan gewoon nog een keer. Het kost je een kwartier en het scheelt je weken van rondslepen.

Hetzelfde geldt voor een les die je wel gehaald hebt, maar met moeite. Een les die je net haalde op 80% is iets anders dan een les die je zat te typen zonder na te denken.

Gericht oefenen: de snelste winst die je nu kunt pakken

Hier is een stuk van de cursus dat veel mensen over het hoofd zien. Gericht oefenen kijkt naar welke toetsen jíj het vaakst fout typt, en bouwt daar oefeningen van.

Dat werkt beter dan nog een les overdoen, omdat je in een gewone les vooral tijd besteedt aan letters die allang goed gaan. Bij gericht oefenen gaat vrijwel elke aanslag naar de drie of vier toetsen waar het misgaat. Vijf minuten daarvan doen meestal meer dan een kwartier herhalen.

Het mooie is dat je er niets voor hoeft in te vullen: de cursus houdt je fouten al bij, dus je hoeft alleen te starten. Doe het een keer per week, bijvoorbeeld na de weektoets.

Over opgeven gesproken

Als je gaat afhaken, is het meestal hier. Het nieuwe is eraf, de eindstreep is nog ver, en het resultaat is nog niet zo goed dat je er trots op bent. Dat is een herkenbaar dal en het duurt niet lang.

Wat helpt: hou vast aan je vaste moment. Niet aan een voornemen om "vaker te oefenen", maar aan een tijdstip — na het eten, direct na school, voor het journaal. Een vast tijdstip hoef je niet elke dag opnieuw te bedenken.

En sla liever een dag over dan dat je gaat inhalen. Twee lessen achter elkaar is te veel en levert meer slordigheid op dan vooruitgang. Een dag missen is niet erg; een gemiste week is lastig goed te maken.

Wat er in week 5 gebeurt

De bovenrij komt verder in beeld met de O-buurt en nieuwe combinaties, en je zinnen worden langer. Vanaf week 8 gaat het oefentoetsenbord op het scherm standaard uit — dus als je er nu nog naar kijkt, is dit een goed moment om dat af te bouwen.

Volgende tussenstop: na week 8. Terug naar na week 1.